Een casus oplossen binnen de Chinese Geneeswijze vraagt om een systematische aanpak. Het belangrijkste is dat je niet direct naar een diagnose zoekt, maar eerst alle beschikbare informatie verzamelt en deze vervolgens stap voor stap analyseert. Op die manier voorkom je dat je symptomen overslaat of je te snel laat leiden door een bepaalde diagnose.
1. Lees de casus aandachtig door
Lees de volledige casus eerst rustig door zonder direct een diagnose te willen stellen. Probeer een algemeen beeld te krijgen van de patiënt en de belangrijkste klachten.
Lees de casus daarna nog een keer en let nu op alle informatie die relevant kan zijn voor de differentiatie. Denk hierbij niet alleen aan de hoofdklacht, maar ook aan bijkomende klachten zoals bijvoorbeeld slaap, eetlust, dorst, ontlasting, urine, emoties, temperatuurbeleving, pijn, energie en eventuele bijzonderheden in het ontstaan of verloop van de klachten.
Let ook goed op wat er niet wordt genoemd. Het ontbreken van een symptoom kan soms belangrijke informatie geven, maar trek daar alleen conclusies uit wanneer dat binnen de casus verantwoord is. Als iets niet benoemd wordt moet je ervan uitgaan dat dat symptoom ook niet aanwezig is.
2. Bepaal volgens welk systeem je moet differentiëren
Voordat je de symptomen gaat analyseren, bepaal je volgens welk diagnostisch systeem je moet differentiëren. Dit kan bijvoorbeeld zijn:
Zangfu
Ba Gang
Basissubstanties
Meridianen
Het is belangrijk om het gekozen systeem consequent te gebruiken. Een casus die vraagt om een Zangfu-differentiatie los je dus niet primair op vanuit de Ba Gang of vanuit een meridiaanpatroon. De diagnose kan ook uit een combinatie bestaan. Bijvoorbeeld een meridiaanverstoring met onderliggend ZangFu probleem.
3. Maak een volledige lijst van alle symptomen
Maak vervolgens een overzicht van alle symptomen uit de casus. Schrijf ze afzonderlijk op. Ga hierbij nog niet bepalen wat de diagnose is.
Vergeet daarbij niet om tong en pols als symptomen op te nemen. Tong en pols zijn geen losse aanvullingen op de diagnose, maar belangrijke diagnostische gegevens die je analyse kunnen bevestigen of juist bijsturen.
Het doel van deze stap is dat je een compleet overzicht hebt van alle relevante informatie voordat je begint met interpreteren.
4. Analyseer de symptomen
Nu begint de eigenlijke differentiatie. Analyseer ieder symptoom afzonderlijk en vraag jezelf af: "Welke differentiaties kunnen dit symptoom verklaren?"
Zet dit overzichtelijk in een tabel. Links schrijf je de symptomen onder elkaar en rechts de mogelijke differentiaties.
| Symptoom (voorbeelden) | Mogelijke differentiaties |
| Koude handen en voeten | Yang leegte, Qi stagnatie |
| Weinig eetlust | Milt Qi leegte |
| Losse ontlasting | Milt Qi leegte, Yang leegte |
| Opgeblazen gevoel na het eten | Milt Qi leegte, Voedselstagnatie |
| Tong: Bleek | Qi leegte, Bloed leegte, Yang leegte |
| Pols: Xian Mai (wiry) | Lever pathologie, Qi Yu, pijn, Damp-Slijm |
| ... | ... |
Deze tabel is een belangrijk onderdeel van de casus. Je laat hiermee zien hoe je van een symptoom naar een mogelijke differentiatie redeneert.
Een symptoom hoeft bovendien niet maar bij een enkele differentiatie te passen. Juist daarom is het belangrijk om meerdere mogelijkheden te benoemen wanneer dat logisch is. Vervolgens kijk je welke differentiatie de meeste symptomen kan verklaren.
Let daarbij vooral op combinaties van symptomen. Een enkel symptoom is meestal niet voldoende om een diagnose te stellen. Wanneer meerdere symptomen vanuit dezelfde pathologie verklaard kunnen worden, wordt die differentiatie steeds waarschijnlijker.
5. Stel de diagnose op basis van de analyse
Pas wanneer je de symptomen systematisch hebt geanalyseerd, stel je de uiteindelijke diagnose op.
Kijk welke differentiatie het grootste aantal symptomen verklaart en controleer vervolgens of ook de tong en pols hierbij passen. De diagnose moet uiteindelijk een logisch geheel vormen: de verschillende symptomen, de tong en de pols moeten zoveel mogelijk vanuit dezelfde pathologische ontwikkeling verklaard kunnen worden.
Het is daarbij belangrijk om niet alleen te kijken naar hoeveel symptomen bij een diagnose passen, maar ook naar de aard van de symptomen. Sommige symptomen zijn namelijk veel specifieker voor een bepaalde differentiatie dan andere.
Je kunt jezelf bij het formuleren van de diagnose daarom de volgende vragen stellen:
- Welk systeem moet ik gebruiken?
- Heb ik alle symptomen verzameld?
- Heb ik tong en pols meegenomen?
- Welke differentiaties kunnen de afzonderlijke symptomen verklaren?
- Welke differentiatie verklaart de meeste en belangrijkste symptomen?
- Wordt deze differentiatie ondersteund door tong en pols?
- Kan ik mijn uiteindelijke diagnose logisch onderbouwen vanuit de casus?
Van symptoom naar diagnose
De kern van het oplossen van een casus is dus:
Casus → symptomen verzamelen → symptomen analyseren → mogelijke differentiaties bepalen → verbanden leggen → tong en pols controleren → diagnose stellen
Probeer daarbij steeds te voorkomen dat je vanuit één opvallend symptoom direct naar een diagnose springt. Een goede diagnose ontstaat niet uit één symptoom, maar uit het patroon dat ontstaat wanneer alle symptomen gezamenlijk worden bekeken.
Op deze manier werk je systematisch, onderbouwd en volgens een goede diagnostische structuur naar je diagnose.
Terug

